Doe ik eigenlijk aan innovatie?

Drie vragen om te checken of jouw project past bij AOi

Er zijn honderden verschillende definities van innovatie. Deze website heeft niet als doel om een academische discussie te voeren over wat wel en geen innovatie is. Toch hebben we een aantal kenmerken van innovatie beschreven die passen bij deze aanpak en de tools van de website. Zo kom je erachter of deze een antwoord gaan geven op jouw vragen. Een simpele definitie voor innovatie luidt: ‘Innovatie is iets anders doen, wat waarde creëert’ (Anthony, 2012). Wij zouden deze definitie graag willen ophakken in drie subvragen:

 

1. Gaat de eindgebruiker mijn oplossing als toegevoegde waarde zien?

Hoewel innovatie veelal wordt geassocieerd met ‘nieuwigheid’ (eng: novelty), gaat het er in eerste instantie om dat de oplossing van toegevoegde waarde is voor de eindgebruiker. Warner (2017) suggereert vijf niveaus om toegevoegde waarde van innovatie te herkennen, waarbij niveau 5 het uiteindelijk streven is:

  1. Waarde voor mij: ik heb lessen geleerd over deze innovatie.
  2. Waarde voor een team: het projectteam presteert en krijgt zaken voor elkaar.
  3. Waarde van de oplossing: je oplossing heeft bewezen kwaliteit (eng: proof of concept).
  4. Waarde van de uitkomst: je kunt laten zien dat je oplossing impact heeft.
  5. Relatieve waarde; in vergelijking met eerdere of andere oplossingen is deze beter (eng: comparative improvement).

 

2. Werk ik aan een nieuwe oplossing?

Innovatie gaat om het uitwerken van een nieuwe oplossing voor een probleem. ‘Nieuw’ betekent daarbij niet nieuw op deze planeet, maar nieuw in deze context. Een veel gebruikt model om innovatie te categoriseren is het 3-horizonsmodel van McKinsey. Hoewel het model niet een-op-een te kopiëren is naar een overheidscontext, kunnen we eruit leren dat er drie verschillende niveaus  (‘horizons’) van innovatie bestaan: 1) incrementele, 2) aangrenzende en 3) disruptieve innovatie. In een overheidscontext zou dat ongeveer zo worden geïnterpreteerd:

 

Daar waar horizon 1 gaat over het optimaliseren van huidige dienstverlening, gaat horizon 2 over het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten en horizon 3 over nieuwe bedrijfs- en organisatiemodellen. Hoewel sommige tools ook voor horizon 1-verbeteringen kunnen worden gebruikt, richt AOi zich met name op de laatste twee horizons.

 

3. Heeft de uitkomst van mijn project een zekere mate van onzekerheid?

In tegenstelling tot standaard project- en programmawerk is het bij innovatie uiteindelijk nog niet honderd procent duidelijk wat de uitkomst gaat zijn: het richt zich op de creatieve oplossing van een probleem. Er komt dus een zekere mate van onzekerheid bij kijken. Obrecht & Warner (2016) onderkennen hierin drie verschillende niveaus: 1) adoptie, 2) aanpassing en 3) uitvinding. Bij adoptie gaat het over een oplossing die ook in een andere overheidscontext is geïmplementeerd en dus nauw aansluit op het probleem dat jij probeert op te lossen. Wanneer je gaat aanpassen (niveau 2) ben je geïnspireerd door een oplossing die ergens anders wordt gebruikt, maar die nog wel behoorlijk moet worden bijgeschaafd om ook in jouw context te werken. Als het gaat om een uitvinding (niveau 3) bedenk je de oplossing helemaal zelf. De methoden en tools van AOi zijn met name bedoeld voor niveaus 2 en 3.

 

 

Bronvermelding

Anthony, S. D. (2012). The little black book of innovation: How it works, how to do it. Boston, Mass: Harvard Business Review Press.

Warner, A. T. (2017) Working paper: Monitoring humanitarian innovation. HIF/ALNAP Working Paper. London: ODI/ALNAP.

Obrecht, A. and T. Warner, A. (2016) ‘More than just luck: Innovation in humanitarian action’. HIF/ALNAP Study. London: ALNAP/ODI.